maandag 7 november 2016

Over prikkelgevoeligheid

Volgens gevoeligheidsdeskundige en schrijfster Elaine Aron hebben we allemaal een specifiek prikkelingsniveau* waarbij we optimaal functioneren. Ook hebben we allemaal een ondergrens en bovengrens voor het verwerken van prikkels, waar voorbij we of té verveeld raken of té sterk gestimuleerd. Die grenzen liggen bij elk individu anders, zowel qua hoogte als qua reikwijdte. Bij sommigen liggen de grenzen een eindje uit elkaar. Zij hebben een flinke marge waarbij ze prima kunnen opereren zonder te verveeld of over-gestimuleerd te raken. Bij anderen is die marge kleiner, of zelfs heel klein. Zij hebben sneller en ingrijpender last van een te veel én/óf te weinig aan stimuli.

In STIL van Susan Cain, over de kracht van introverse (wat iets heel anders is dan verlegenheid, maar meer gaat over het binnenstebuiten in plaats van buitenstebinnen, ofwel meer subjectief dan objectief beleven van de wereld en de noodzaak tot regelmatige afzondering om die subjectiviteit te kunnen verwerken, waarbij er overigens ook geen sprake is van niet sociaal zijn, aangezien de introverte mens meestal juist zeer emphatisch en betrokken is en een sterke voorkeur heeft voor kwalitatief één op één contact over persoonlijk wezenlijke onderwerpen boven oppervlakkige smalltalk in groepen), las ik over de orchideeëntheorie. Sommige mensen zijn als paardenbloemen. Hen kun je overal neerzetten, ze weten in alle omstandigheden tot bloei te komen. Anderen zijn als orchideeën. In slechte omstandigheden zullen ze snel verleppen, in goede omstandigheden zullen overvloedig bloeien. Susan Cain verwijst in haar boek regelmatig naar de eigenschap hooggevoeligheid en ziet duidelijke overeenkomsten tussen hooggevoeligheid en introverse als eigenschap, al zijn ze ook weer niet uitwisselbaar.|

Als bovenstaande duidingen van het menselijk functioneren waar zijn, moeten sommige mensen simpelweg beter voor zichzelf zorgen dan anderen, als het aankomt op het overleven van onze steeds prikkelrijkere maatschappij en het creëren van een levensstijl (lees: voldoende ruimte voor het verwerken van de dagelijkse indrukken en beperking van de blootstelling aan te veel of te intense prikkels, ofwel rust) die in de eerste plaats gezondheid en in de tweede plaats het optimaal functioneren ondersteunt.

Dan is het voor zowel de gevoeligere als de minder gevoelige typen mens belangrijk om 1. zich er bewust van te zijn hoe je zelf in elkaar steekt, zodat je verantwoordelijkheid kunt nemen voor je eigen zelfzorg en 2. zich ervan bewust te zijn dat de behoefte aan (zelf)zorg voor een ander (ook als deze gezond is) meer of minder noodzakelijk kan zijn, zodat je meer begrip op kunt brengen voor de keuzes van de ander.
We zijn allemaal anders. Dat verdient hoe dan ook respect, of we de ander nu begrijpen of niet. Maar besef van specifieke verschillen als deze, die vaak niet zo zichtbaar zijn en voor velen überhaupt nieuw, kan enorm helpen om begrip voor elkaar op te brengen.

Let wel, prikkelverwerkingscapaciteit gaat niet over minder leuk of prettig vinden, maar over neurologische en dus lichamelijke capaciteit of beperking om een bepaalde hoeveelheid en intensiteit aan prikkels/stimuli te kunnen werken (met lichamelijke consequenties bij overschrijding van die capaciteit). En over het van daaruit wel of niet kunnen functioneren onder bepaalde omstandigheden. Net als de rekbaarheid en belastbaarheid van een spier, zeg maar. (Je kunt hem trainen, maar niet iedereen kan de sterkste man van Nederland worden. En als je hem overbelast, beschadig je hem en kun je niets meer tillen.)

Waarbij een grotere gevoeligheid voor prikkels meestal samen gaat met een diepere en complexere verwerking van die prikkels, wat, mits de omstandigheden niet belemmeren, voorziet in een enorme creativiteit, complexe doorgrondende intelligentie, diepgang, innovativiteit, empathisch vermogen en intuïtieve wijsheid, naast de kracht die sensitiviteit, mits niet verhyperd door structurele en langdurige onderdrukking, op zichzelf al is.

***

* Prikkels, ofwel stimuli, ofwel indrukken, zijn alle informatie die we bewust en onbewust waarnemen met onze ogen, oren, neus, smaakpapillen, tast en 'zesde zintuig', of in onszelf voelen of denken. Van een oorverdovende straaljager tot een subtiel trillertje in iemands stem dat een emotie verraadt. Van reclameborden die we niet eens echt meer zien (maar onbewust toch waarnemen), tot de sfeer op kantoor. Van kou of warmte tot prikkeling van bepaalde kruiden in het eten op je darmen. Het zijn miljarden brokjes informatie die op een dag door onze zenuwen en filters verwerkt worden. Waarbij hoeveelheid en intensiteit niet de enige bepalende factoren zijn. Ook het type prikkel en de associaties die onze hersenen ermee maken vanuit opgeslagen herinneringen, zijn heel bepalend voor de impact van de prikkel en de weg die deze aflegt in het uiterst complexe doolhof van ons neurologische systeem.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten