zondag 21 december 2014

De vreemdeling


Ik stond stil

Stil stond ik
te midden van de stilte
gekomen langs woelwaterwegen


Nu lag het water stil
Hier dreven zwanen stil
Het riet rees stil
De zon hing stil

Verstild was de ruimte
Verstild was de tijd

Hij bewoog vanuit de verte
Een stille figuur
Op een stil pad
Stilletjes dichterbij

Wat sta je hier zo stil, zei hij
Wat fijn, even stilstaan, zei hij
Ja, zei ik, stilstaan is soms fijn
We staan niet genoeg stil, zei hij
En soms niet stil genoeg, zei ik

Samen stonden we even stil
stil bij wat hem bewogen had
stil bij wat mij tot stilstand bracht
stil bij de stilte tussen ons
en om ons heen

Toen bewoog hij verder
stil zoals hij gekomen was
Ik bleef staan
stil zoals ik geweest was

Een ontmoeting
die de ruimte
in de stilte
dansen liet

Toen bewoog ook ik verder
stilletjes
tot de rand
van de stilte
weer was bereikt

 (19 december 2014)

vrijdag 7 november 2014

Het krukje van Marieke

Huiswerk les 6 Stadsacademie module Groot Ruimtelijk: geef een ruimte in je eigen huis een verhaal. Dit keer wilde ik tevens experimenteren met kleur, geïnspireerd door het schilderij "De stoel van Van Gogh", dat een aantal elementen en kleuren bevat die sterk op mijn keuken lijken. Ik heb geprobeerd om met de drie primaire kleuren geel, cyaan en rood mijn eigen interpretatie te maken van de verschillende tinten geel, blauwgroen en terra cotta en hun mengvormen in de schaduwen. Ook heb ik het oude bambi-op-het-ijs melkkrukje geprobeerd tot leven te wekken en de aandacht erop te vestigen in de compositie, door een versterkt licht-donker contrast.


Schouwburgplein Rotterdam

Les 2 Stadsacademie module Groot Ruimtelijk: sferisch perspectief. Naast lijnperspectief kun je door overlapping en contrasten in tint, helderheid en kleurtemperatuur de diepte versterken. Dit doorkijkje pal voor de deur van de Pathé bioscoop aan het Schouwburgplein bevatte het allemaal. Naar de waarneming getekend en later uitgewerkt in acryl.


Fijn maar klein

Huiswerk les 5 Stadsacademie module Groot Ruimtelijk: geef een ruimte in je eigen huis karaktervol weer. 




Het Geheime Hekjes Genootschap

Stadsacademie module Groot Ruimtelijk uit persoonlijke fascinatie afgesloten met een klein onderzoek naar de essentie van ruimte.


woensdag 15 oktober 2014

Het rode kastje

Huiswerk les 4 Stadsacademie module Groot Ruimtelijk: studie naar de waarneming met aandacht voor perspectief en materiaaluitdrukking. Onderschildering grisaire met kleuraccent, acryl 50 x 70 cm




De kleur van pijn

Rood. De kleur van passie. En van hartstocht. Kwaliteiten waar we ons graag mee verbinden. Maar ook de kleur van pijn, van woede, en zelfs van haat. Net zo goed kwaliteiten van het leven. Maar in onze cultuur zien we dat liever niet zo. Terwijl het zo mooi kan zijn. Hartstocht en haat liggen dichter bij elkaar dan we denken.

Als de symboliek van kleuren behandeld wordt, in kunstzinnig onderwijs of in workshops persoonlijke ontwikkeling, worden passie en hartstocht bij de kleur rood standaard genoemd. Pijn en woede niet. Als ik dan aanvul dat rood ook daarvoor staat, zijn de reacties steevast: nou voor mij niet hoor, voor mij gaat het over passie. Zo'n reactie wordt dan zo haastig uitgesproken, zo vlug gebruikt om de 'negatieve' associatie van tafel te vegen, dat bij mij dan onwillekeurig de vraag op komt: wat moet hier zo krampachtig weggepoetst worden? Waarom? En met welke gevolgen? Vaak zijn dit de mensen die het minst vrij en passievol kunnen werken. Er zit vaak iets op slot. Als gevoel moet worden weggestopt, werkt dat vaak twee kanten op.

Waarom zien we pijn en woede als zo negatief? En waarom negeren we het zo vaak? Ze horen toch bij het bonte geheel dat het leven is? Zonder pijn geen geluk, zonder woede geen blijdschap. Dat weten we allemaal. Maar desondanks negeren we het liever. In het openbaar al helemaal. En vaak ook in onszelf. Met alle gevolgen van dien.

Pijn die gevoeld, geuit en gezien mag worden, kan aanzwellen en wegebben als het tij. De levensstroom wordt niet geblokkeerd en uiteindelijk kun je verder, onbeladen, licht, vrij en vol ruimte voor wat komt. Pijn die genegeerd en onderdrukt wordt, zet zich vast in het lichaam, gaat etteren, zweren, groeit uit tot een monster en komt er hoe dan ook op een dag uit. In de vorm van steeds terugkerende absurde woede over rondslingerende was of 'die buitenlanders', of als kwaadaardige cellen, depressie of andere levensbelemmerende zaken die vele malen gevaarlijker zijn dan het oorspronkelijke 'kwaad'.

Ondertussen moeten allerlei sluimerende gevoelens van onbehagen worden gedempt door bergen suiker, alcohol, consumptiegoederen, keiharde beats, werk, presteren in welke vorm dan ook, adrenalinekicks van sport, of gewoon een algeheel patroon van hollen en stilstaan. Met allerlei onbevredigde gevoelens van leegte, schuld en schaamte als gevolg, die op hun beurt weer moeten worden weggewerkt.
Desondanks vond de positieve psychologie de laatste jaren veel gevolg. Richt je op het goede, stuur je gedachten, gebruik positieve affirmaties, was het devies. Maar hoe zit het met de bron van het negatieve die blijkbaar ergens sluimert?

We dragen allemaal pijn met ons mee, bewust of onbewust. Pijn van zaken die lang, heel lang of kort voorbij zijn, maar nog steeds voelbaar. Pijn die we ooit moesten wegstoppen, maar die nooit weg is gegaan en die zich af en toe een weg naar de oppervlakte vecht. Meestal op momenten dat het ons helemaal niet uitkomt, of ons hoogst verbaast. Soms vermomd in de melancholie van de herfst. En bij vrouwen vaak verstopt in terugkerende irritaties en huilbuien rond hun maandelijkse periode. Zo hebben we allemaal wonden die nog niet geheeld zijn. Nog steeds niet? Nee, nog steeds niet. Als het helingsproces nog niet klaar is, is het nog niet klaar. Welk idee we ook mogen hebben over de duur van zoiets.

Op zulke momenten stilstaan bij het gevoel, het laten komen en weer gaan, tijd nemen om te troosten of te laten troosten, het eventueel te schilderen, fotograferen, beschrijven of bedichten, is geen aanstellerij, geen last, geen zwakte, geen falen. En het is ook iets anders dan zwelgen in je verdriet, of blijven hangen in het verleden. Het is een gezonde middenweg tussen negeren en niet loslaten. Niets om je voor te schamen, niets om te verbergen. Het is immers zelfzorgend, constructief en het voorkomt veel groter leed. En dus is het ontzettend volwassen, moedig en krachtig.

Pijn die genegeerd wordt en behandeld als een nutteloos en levenloos ding, leidt uiteindelijk tot destructie en stilstand. Pijn die kan stromen en mag leven, kan uiteindelijk nieuw leven voortbrengen.

woensdag 8 oktober 2014

De wandeling

December 2013

In hoog tempo wandel ik mijn dagelijkse kalmeringsronde door de polder. Om me heen zakt de natuur steeds dieper weg in een ijzige stilte. De zwanen bewegen nauwelijks om zo hun energie te sparen. De koeien herkauwen driemaal zo traag het gras dat steeds schaarser wordt omdat het niet meer groeit. Het altijd zo beweeglijke water staat bijna stil. En zelfs de wind laat de laatste hardnekkige bruine bladeren aan de bomen met rust. Ook al schijnt heel de dag de zon, de donkerste dagen van het jaar zijn aangebroken. Na het onstuimige loslaatproces van de herfst, komt alles nu van nature tot stilstand, keert naar binnen, om zich in alle rust voor te bereiden op het moment  waarop groei en bloei weer aan de orde zullen zijn. Dat moment zal zeker komen. Maar nu nog niet.

Ook mijn lijf heeft behoefte aan opslomen. Maar mijn geest verzet zich hevig. Er zijn zoveel ideeen die ik uit wil voeren. Er is zoveel te leren. Er ligt een hele voorraad nieuw materiaal dat gebruikt moet worden. Ik heb net een plan van aanpak gemaakt dat vraagt om actie. En met dat alles heb ik heel veel haast. Want ik moet zo snel mogelijk leren om de allermooiste kunst van de wereld te maken. Er is geen tijd voor een winterslaap. Niet nu. 

Ik voel hoe de frustratie zich in me opbouwt. Ik wil zoveel, maar ik kom geen stap verder in de uitvoering van mijn plannen. Ik denk voortdurend in cirkels. De flow die er vorige week nog was, is weg. Ik voel in de verte dat het zinloos is, dat ik moet wachten, me over moet geven aan het moment. Maar het lukt niet. Ik wil door. Ik wil het. Het moet!

Aangekomen in het kleine en enige stukje bos dat ons dorp rijk is, vertraag ik eindelijk mijn pas. De zachte grond, de bomen die onbeweeglijk hoog boven me uit torenen, het onbezorgde gekwetter van de vogels, maken me bewust van mijn absurde tempo. Naarmate ik verder vertraag, letterlijk mijn beweging vertraag, voel ik hoe ik uit mijn overactieve hoofd langzaam in mijn lijf zak. Ik voel weer dat ik voeten heb en benen en een buik. Ik voel hoe de spanning tegen mijn middenrif drukt en een licht gevoel van benauwdheid veroorzaakt. Even maakt het me angstig. Maar ik adem rustig door. De angst zakt. De spanning zakt.

Doordat ik ontspan, doordat ik weer contact maak met mijn lijf, begin ik me weer veilig te voelen. Veilig genoeg om mezelf te accepteren zoals ik ben. Veilig genoeg om het obsessieve ideaalbeeld van succesvol kunstenaar los te laten. Veilig genoeg om me over te geven aan mijn creatieproces, in welke vorm en in welk tempo dat ook moge plaatsvinden. Ik hoef niets te bereiken. Ik ben goed zoals ik ben. En langzaam laat ik de illusie los, de fantasie, dat er iets koste wat het koste moet. Ik moet niets. Wat er nu niet is, is er nu niet. De inspiratie, de flow, komt heus wel terug, als de tijd rijp is. Misschien morgen al weer. Misschien pas in het nieuwe jaar. Ik heb daar geen controle over. 

Zo werkt mijn creatieve proces. En zo werkt ook het grootste creatieve proces: de natuur. Het ritme van de natuur, om me heen en in mezelf, is geen wet, geen regel, waar ik me aan kan onttrekken als het me zo uitkomt. De natuur met al haar cycli is de realiteit. En de realiteit is onverbiddelijk.

Langzaam de ene voet voor de andere zettend, geniet ik van het tweede deel van mijn wandeling. Ik voel me één met de rust om me heen. Zo wil ik leven, zo wil ik creëren. Stap voor stap, in mijn eigen natuurlijke tempo. In contact met mijn gevoel, in plaats van zwevend in de soms ongezonde fantasieën van mijn geest. Natuurlijk helpt die geest me ook enorm. Maar vanuit mijn gevoel komen de juweeltjes, daar zit de echte creatieve magie. Ooit hoop ik die twee optimaal te kunnen laten samenwerken. 

Blijven oefenen, vallen en opstaan. In dat leerproces zal mijn hoofd nog wel heel vaak op hol slaan. Maar dan zijn er altijd mijn wandelschoenen en dat kleine bos waar ik al zo vaak mijn rust hervonden heb. Dankjewel bos, dat je me steeds weer met beide voeten op de grond zet.

Zonder titel



Avondrode ruiten
spruiten
rozig hemelafwaarts
waar de zon
nog even voorwaarts
staart
naar ’t bovenaards
daarbuiten

(14 maart 2013)

Vlieg



Er zijn vogels
die heel hun leven in kooitjes zitten
En toch elke dag weer
vrolijk hetzelfde deuntje fluiten

Er zijn ook vogels
die stil worden als je ze opsluit
Tot een zeldzame ontsnapping
Dan zingen ze uit volle borst

En er zijn vogels
die sterven in gevangenschap
Want hun lied is de stem van het leven
die hoog vanuit de hemel
de aarde van wijsheid voorziet

Vlieg, lieve schat
En blijf vliegen
Laat niemand jou ooit vangen
Laat jouw lied nooit verstommen
Want de aarde heeft jou nodig
En jij de hemel

(9 april 2008)

God is een lieveheersbeestje en Vrouwtje Theelepel woont in mijn buik


Wat is het geheim van een gelukkig leven? De beroemde schrijver Paulo Coelho symboliseert dit in zijn boek ‘De Alchemist’ als een wandeling door een prachtig kasteel, terwijl je in je hand een theelepel houdt met daarop kostbare honing. Ga je tijdens je wandeling volledig op in alle pracht en praal die het leven biedt, dan verlies je onvermijdelijk de essentie uit het oog. Focus je te veel op je theelepel, dan vergeet je te genieten van al wat het leven te bieden heeft.

Het kasteel is de wereld om je heen en die theelepel is wat sommige mensen je ziel noemen, of je intuïtie, of je hart. Anderen noemen het je hogere zelf, je kompas, je kern, of je innerlijk kind. Ik noem het in navolging van de wijze schrijver maar Vrouwtje Theelepel. Ik was vroeger al gek op haar. En het klinkt zo lekker aards. Desondanks is Vrouwtje Theelepel mijn allerheiligste. Zij is de bron van mijn vermogen om lief te hebben, schoonheid te ervaren, gelukkig te zijn. Ze is gevoelig en kwetsbaar, heeft veel zorg en aandacht nodig, maar schenkt me mijn creativiteit en wijsheid en is onnoemelijk sterk. Vrouwtje Theelepel weet de weg, als alle logica en gezond verstand er niets meer van begrijpen. En ook als mijn verstand het beter denkt te weten.

Mijn relatie met Vrouwtje Theelepel bestaat pas een paar jaar. Daarvoor lag ze vast al wel ergens in een la, maar onder een laag stof zo dik, dat ze net zo goed dood en begraven had kunnen zijn. Maar iets heeft besloten dat ik door het stof moest, op mijn blote knieën, mijn ogen brandend en tranend, zoekend naar deze stille onbekende. Om na vele omzwervingen door de grijze massa vol spiegelende messen en vorken dan eindelijk Vrouwtje Theelepel te vinden. Er had me niets beters kunnen overkomen.

Mooi, denk je dan, ik heb mijn theelepel gevonden. Ik ben er bijna aan onderdoor gegaan, maar voortaan zit mijn leven gebakken. Niet dus. 

donderdag 2 oktober 2014

Als een bezetene

Lachen, huilen, slapen, poepen... het zijn de weinige dingen in het leven die op hun tijd echt moeten, die niet te stuiten zijn en dat maakt ze zo ontzettend lekker.

Zo is het ook met intuïtieve creativiteit. Het komt voelbaar opzetten als het tij en je houdt het maar beter niet te lang tegen. Soms kabbelt het en fladder je boven de stroom, met je grote teen het water dan wel, dan weer niet rakend. Andere keren word je meegesleurd in een kolkende rivier die bij de geringste hinder buiten haar oevers dreigt te treden. 

Dit abstracte schilderwerk in ruwe wol was zo'n woest proces. Kort en hevig. Als een bezetene. Hijgend van concentratie, merkte ik toen het af was. Overgegeven aan het figuurloze spel van licht en donker. In een opwelling mijn allereerste spinsels van hun plek gegrist en als bolwerken van chaos in het geesteslandschap geslingerd. Geen gepriegel. Geen zijdeglansjes. Geen tijd om van een afstand te bekijken. Het moest gemaakt worden zoals het gemaakt werd in al zijn rauwheid.

Of het nu voldoet aan allerlei innerlijke en uiterlijke schoonheidseisen of niet, ik hou ervan. Daarom heb ik het een lijst gegeven en een mooie plek aan onze muur. Alwaar mijn lief in al die abstracte vormen al het halve dierenrijk geïdentificeerd heeft.

woensdag 17 september 2014

Het geheim van springbalsemien

HET GEHEIM VAN SPRINGBALSEMIEN

Ken je haar? Vast wel. Met haar grote, leeuwenbek-achtige kelken in vele tinten paars, tiert ze welig langs rivieroevers en bosbeken. De zoete lokgeur die ze verspreid is zo weeïg, dat je er bijna misselijk van wordt.

Ikzelf ontmoette springbalsemien voor het eerst toen ik verhuisde naar de polder. Jarenlang bekeek ik van een afstand haar schoonheid. Onwetend van het geheim dat ze in zich draagt.

Springbalsemien is een bloem vol verlangen. Een oersterk onstuitbaar verlangen naar creatie, naar het voortbrengen van nieuw leven, naar het in de wereld planten van haar potentieel en het delen van haar schoonheid. En springbalsemien doet dat niet zomaar.

Perioden van oorlog, droogte, hongersnood en andere tijden van schaarste en overleven, hebben deze pientere dame gedwongen om een uiterst gehaaid mechanisme te ontwikkelen voor de verspreiding van haar kostbare zaad. Dat werkt zo:

Als springbalsemien haar fase van bloei volbracht heeft, vormt zich op de plek van haar bloem een kegelvormige zaaddoos. In die kegel groeit een lange veer, strak opgerold als de tong van een kameleon. Helemaal binnenin dat rolletje zitten de kiempjes voor een nieuwe generatie, veilig verpakt in de vele lagen groen weefsel.

Naarmate de zaadjes en ook de veer groeien, raakt de zaaddoos voller en voller en neemt de innerlijke spanning toe. Wat het gevolg daarvan is, ontdekte ik enkele weken geleden. Als je namelijk knijpt in de vrucht, barst die open en springt het zaad van springbalsemien in het rond. Een wonderlijk gezicht. Het kind in mij vond dat bijzonder amusant en dus heb ik de afgelopen weken hier en daar heel wat potentiële springbalsemientjes de wereld in geholpen. De meeste vruchten waren weliswaar nog wat aan de dunne kant, maar als je maar hard genoeg kneep, gaf dat toch effect, soort van.

Tot ik vandaag de ware kracht van springbalsemien ontdekte. Want wie knijpt immers al die vruchten open? Niemand. En dat hoeft ook niet. Wat bleek? Als de vrucht écht dik is, als de spanning zich wérkelijk voldoende heeft kunnen opbouwen, dan hoef je er maar een tikje tegen te geven en PANG, met de kracht van een oerknal komt het zaad vrij, soms wel meters ver. De zachte aanraking van het kleinste insect is voldoende om het voortplantingsproces in gang te zetten. Mits de tijd er rijp voor is. Zo volmaakt is het leven, een perfect op elkaar afgestemd geheel waarin alles een eigen plaats en tijd heeft.

Al die keren dat ik met geweld een vrucht van springbalsemien open forceerde, verspreidde ik prematuur zaad, dat bovendien niet op de juiste plek terechtkwam omdat het mechanisme nog niet volgroeid was. Dat proces was onomkeerbaar. Springbalsemien kan maar één keer springen.

Dat deed me afvragen. Hoe vaak wil ik in mijn eigen creatieproces met geweld iets de wereld inschieten, dat er eigenlijk nog niet klaar voor is? En breder? Hoeveel ruimte geven mensen in deze snelle, resultaatgerichte maatschappij nog aan zichzelf en elkaar, om te groeien en bloeien in hun persoonlijke, natuurlijke tempo? Hoe hard wordt er geknepen in de vruchten van werk, opvoeding, onderwijs, persoonlijke ontwikkeling, relaties, seksualiteit. En hoe verhoudt zich dat tot de vele burnouts, depressies, verslavingen, overconsumptie, graaierij, intolerantie, agressie en geweld?

Voel je je persoonlijk aangesproken door het verhaal van springbalsemien? Rij dan één dezer dagen eens langs een rivier. Of wandel door een bos met sloten. Kijk naar haar uit. En als je haar ziet, tik dan eens tegen haar vruchten. Niet knijpen. Net zolang tikken, tot je er één vindt die klaar is om je haar geheim te openbaren. Voel deze kracht van pieken op het juiste moment. Voel het. En hoor welk geheim ze jou te vertellen heeft.

vrijdag 12 september 2014

Zuid Limburg in Zwart Wit

Zuid Limburg... langs kronkelweggetjes tussen de borsten van Moeder Aarde, onder het licht van de volle maan, gilden de steenuilen pal boven ons hoofd en overal om ons heen, terwijl zeldzame hazelmuisjes naast ons ritselden en knabbelden in het struweel. Even daarvoor had in de schemering nog een boommarter naar ons zitten kijken. Dat was allemaal niet vast te leggen. Sommige andere dingen wel. 









woensdag 9 juli 2014

Blauwe liefde

Gesponnen, getwijnd... klaar om van te genieten... klaar om cadeau te geven... en natuurlijk een paar stalen voor mezelf...





dinsdag 8 juli 2014

De creatieve kwaliteit van traagheid

6 juli 2014
 

Wonderlijk hoe de kleinste aanpassingen het grootste verschil kunnen maken!

Na een dag vol feestgedruis, voorafgegaan door een week vol chaos, is het vandaag broodnodig rusten, hangen en alle indrukken verwerken. Ik wil zoals altijd dolgraag aan de slag met mijn projecten, maar er komt logischerwijs niets uit mijn handen. Of toch wel...

Tijdens het hangen kan ik het nu eenmaal niet laten om aan mijn werk te denken. Ik blijf kijken naar de halffabricaten om me heen. Ondanks mijn atelier leg ik ze soms in huis, om ze gaar te laten sudderen. Zo ligt er een schapenvacht, gedrapeerd in de vorm van een nachtvlinder. Hij ligt er al een paar weken. Ik heb er zoveel ideeën voor. Daar is nooit een gebrek aan. Maar wat nodig is, is de 'klik'. Ik moet voelen: 'dit is het, dit moet het worden'. De verschillende wegen van verhaal, symboliek, concept en esthetiek moeten elkaar kruisen. Binnen en buiten moeten samenvallen. Een moment dat niet door mij te bepalen is.

Dat is soms frustrerend. Dan is de eerste aanzet er spontaan, maar de volgende stap wil maar niet duidelijk worden. Allerlei richtingen voelen wel aardig, maar toch net niet. Dan wil ik ermee aan de slag. Maar ik kan niet verder werken en weet ook niet wanneer ik wel verder zal kunnen. Over een week? Over een jaar? Het is wachten geblazen. Mijn hersens pijnigen helpt niet. Ik moet het loslaten. Dan maar verder met een ander project. Maar hoeveel projecten kan een mens naast elkaar doen? En komt het dan wel ooit af?

Toch ligt zo'n projecten in de tussentijd niet stil. Steeds weer kijk ik ernaar. Denk erover na. Voel of er al iets komt. Ik pluk er eens aan, verschuif wat. Word wakker met een beeld. Overweeg de vele opties in mijn hoofd. Zoek informatie op over iets wat me te binnen schiet. Vraag alvast na hoe ik een praktisch probleem kan oplossen. Maak een schets bij een gevoel wat opkomt. Neem weer afstand.

Het is dit mijmeren dat misschien wel de helft van het werk is. Dat lijkt soms lui. Weer zo'n stomme Calvinistische overtuiging in mijn hoofd. Lui is het is het helemaal niet! Mijn innerlijke creatieveling werkt als een dolle, al is dat alleen waarneembaar voor mezelf. Het is bovendien cruciaal in het creatieve proces. Het lijken kleine stapjes, die heel traag genomen worden. Maar ondertussen!

Zo heb ik vandaag zitten, liggen en lopen mijmeren over mijn vachtvlinder. Ik heb er wat aan geplukt. Ik heb letterlijk maar een paar lokken verschoven. Maar zijn vorm is er zó anders door geworden. Precies dat wat hij in dit stadium nodig heeft. Net dat wat ik nog miste. Een aanpassing die ik al duizend maal in radicale mate overwoog, maar die ik steeds weer te veel ten koste vond gaan van de essentie. Ik dacht in een kringetje. Maar zo subtiel als dit kan het ook. Natuurlijk! Zo subtiel is het genoeg, precies goed zelfs. Dat ik dat niet eerder zag!

Misschien kan ik door deze kleine grote stap nu door naar de volgende. Misschien is dit wat er nog nodig was om het vervolg te kunnen zien. Misschien kan ik zeer binnenkort 'aan de slag'.

En misschien ook niet. Misschien is er nog meer gemijmer en gepluk nodig. Of iets anders. Het doet er steeds minder toe. Het gaat om kwaliteit. Kwaliteit in resultaat én daarom ook in proces. Wie werkelijke kwaliteit wil bereiken, moet daar - desnoods en misschien wel juist in deze wereld van tempo, efficientie en cijfers - de kwantitijd voor opofferen.