woensdag 30 november 2016

Kunst moedt

"WAT KUNSTENAARS ONDERSCHEIDT, IS MISSCHIEN NIET HUN TALENT, MAAR DE GROOTTE VAN HUN VERLANGEN, DIE MAAKT DAT ZE DE MOED OPBRENGEN OM HET GEVECHT AAN TE GAAN MET DE ANGST DIE DE MEESTEN MENSEN WEGHOUDT BIJ HUN INSPIRATIE." Fragment uit mijn (ge)dag(ten)boek

vrijdag 11 november 2016

De magische (en praktische) symboliek van dromen


Laatst had ik een droom. Ik was in een huis. Het was anders, groter dan mijn eigen huis. Ik was helemaal alleen in dat vrijstaande huis met een grote, 's avonds donkere tuin. Er waren steeds momenten van angst. Er was iemand binnen geweest. Of misschien nog steeds binnen. Ik had de deur toch echt gesloten! Keer op keer controleerde ik alle ramen en deuren. En toch kwam 'het' steeds weer binnen. Hoewel ik 'het' nooit zag. Er waren momenten dat het gevaar heel dichtbij was. Dan gilde ik. En dan kwam het op me af. Waarna de droom overschakelde naar de volgende scene, zonder dat er iets gebeurde. Op andere momenten wilde, maar kon ik niet gillen. Buren werden erbij gehaald, sloten vervangen. Het gevaar week niet.

Tot het moment dat 'het' voor de deur stond. En ik erachter. De deur was op slot. En toch kwam 'het binnen'. (of deed ik zelf open? In elk geval rende ik niet weg) Een man. Stil. Onschuldig. Kinderlijk. Ik schreeuwde: 'ga weg!' En hij ging...

Anti-climax? Of wijze les? De ervaren zelf-reflectoren onder ons zullen de lessen van deze droom snel doorzien. Soms zijn mijn dromen zeer cryptisch in hun symboliek en daardoor dan des te prachtiger en magischer. Deze is overduidelijk, wat iets zegt over de fase in het leerproces van dit thema.

Les 1: Je laten overmannen door angst en gillen (waarbij gillen in de praktijk van ons leven op vele manieren kan geschieden, zelfs in stilte) lost niets op, de confrontatie aangaan, je grenzen ervaren en communiceren, wel.

Toelichting: Angst is een waarschuwingssysteem en in basis functioneel. Je erdoor laten overspoelen en verstijven is echter een primair psychisch vluchtmechanisme om de realiteit niet te hoeven ervaren. Ook dit is functioneel, verdovend, in een situatie die werkelijk uitzichtloos is, zoals de kikker in de bek van de slang. Ook in ons mensenleven heeft dit ooit een functie gehad, toen we een kwetsbaar, afhankelijk kind waren en het ten volle ervaren van een bepaalde situatie ons fataal zou zijn geworden. Maar eenmaal volwassen dient het ons niet meer, sterker nog, het belemmert ons vaak enorm, doordat we niet adequaat op een situatie reageren, terwijl we hier eigenlijk prima toe in staat zijn. Het overlevingsmechanisme, ofwel de illusie, zit ingesleten, in alle lagen van ons zijn. Puur rationeel herkennen dat de angst onnodig is, is meestal niet voldoende om de macht van de angst te ontkrachten (weten dat een muis je niets kan doen, maakt voor velen de angst niet minder verlammend, om maar een simpe en onschuldig en toch voor velen zeer hardnekkig voorbeeld te geven). Het vergt werk, soms veel werk, maar is soms (als angsten ons op functioneel of zelfs op existentieel niveau verstikken) zeer de moeite waard, om deze en verwante valse innerlijke machten te rehabiliteren. Wie hier meer over wil weten kan bijvoorbeeld de boeken van Ingeborg Bosch lezen: "De herontdekking van het ware zelf" en "Illusies". Jungiaans Analytische therapie is een hele mooie ondersteuning in dit proces.

Les 2: Ongewenste gedachten, gevoelens, eigenschappen, impulsen, krampachtig proberen buiten te houden, heeft geen zin. Dat maakt dat ze je juist gaan achtervolgen en uitgroeien tot een immense stressfactor. Terwijl ze, eenmaal in een open en eerlijke ontmoeting, vrijwel uit zichzelf weer verder gaan, nog wel eens vaker langs zullen komen, maar in wezen ongevaarlijk zijn en alleen maar even erkend willen worden. (Ofwel: het kind uit bovenstaande toelichting, dat ooit zo geleden heeft onder het gemis van de vervulling van emotionele basisbehoeften, heeft het simpelweg nodig om alsnog gezien, erkend en geliefd te worden in plaats van nogmaals afgewezen door, dit keer, onszelf. Vandaar ook dat de gevaarlijke man in de droom in werkelijk heel kinderlijk bleek. Dat wat we in onszelf wegstoppen heeft altijd een kinderlijke onschuld. Het zijn de volwassen taboes en afwijzing, die er een monster van maken.)

Overigens vind ik "Ga weg!", bepaald geen goed voorbeeld van zien, erkennen en liefhebben, maar voel ik ook dat stevig begrenzen soms mag, dus dit stukje communicatie vergt nog wat nader onderzoek, vermoedelijk inzake de balans tussen liefdevol erkennen versus alles binnen- en toelaten, en een nog genuanceerder onderscheid hierin, zowel in de intern-interne als intern-externe communicatie.)

Bovenstaande zijn levenswijsheden die in vrijwel elk zelfhulpboek aan bod komen. En we zullen ze allemaal beamen. Maar rationeel weten dat iets waar is, is nog niet hetzelfde als het verinnerlijken en kunnen gaan naleven (hoewel dit vaak wel een van de eerste stappen is in bewustwording en wel degelijk cruciaal). Dat is een ontwikkelproces en vergt tijd, aandacht en voeding. En geduld en volharding.

Zulke groeiprocessen spelen zich grotendeels af in ons onbewuste. Onder het topje van de ijsberg, zeg maar. Dat is waar de linkjes met het verleden liggen opgeslagen en waar de oude, niet meer functionele denk- en voelroutes zijn ingesleten. Om werkelijk iets te kunnen veranderen, is het niet voldoende om op rationeel, oppervlakkig niveau denktrucjes aan te leren. Het is ook nodig om oude, blokkerende emoties en pijn te doorvoelen, verwerken en helen, zodat heel het mechanisme wérkelijk begrepen wordt, niet alleen met je hoofd, maar met je hart en heel je lijf, en kan loslaten op alle niveaus.

Er zijn vele manieren waarop ons onbewuste met ons communiceert over wat er vanbinnen gaande is. Soms zijn het buitenproportionele emoties over onnozele dingen, die we op het eerste gezicht totaal niet kunnen plaatsen. Soms is het synchroniciteit, ofwel een situatie die we als té toevallig ervaren en bovendien een grotere betekenis lijkt te hebben (en puur toeval is het dan ook niet, want je onbewuste herkent iets in de wereld om je heen als symbool van iets belangrijks dat van binnen leeft). Diep geraakt worden door (beeldende) kunst, zonder dat we het kunnen duiden, komt ook steevast vanuit de diepere lagen van onze ziel. Waarbij het helemaal niet nodig is om altijd de analyse in te duiken, laten we er vooral van genieten. Maar als we ergens mee blijven worstelen en niet verder komen, en bepaalde beelden komen op ons pad en worden door ons herkend als 'speciaal', dan ligt hierin een kans. Niets meer en niets minder. Dat is ook hoe bijvoorbeeld Tarot kan worden ingezet om het onbewuste aan te spreken.

En ook dromen zijn dus een heel mooi voorbeeld van de taal van ons onbewuste, dat rechtstreeks -en nooit onnodig- tot ons spreekt. Je voelt het, als een droom 'zo'n droom' is. Er is dan net een iets andere helderheid, er blijft net iets meer hangen na het ontwaken. Deze symboliek leren lezen, niet vanuit droomwoordenboeken maar van binnenuit, door er in de eerste plaats mee te leren verbinden, is niet alleen functioneel, maar een werkelijk prachtige vorm van verbeeldende kunst. Als symboliek en verbeelding op zo'n persoonlijk en levens-beïnvloedend niveau samen komen met wat er in de diepste krochten van ons hart en onze ziel leeft, dan geeft dat een schoonheid en magie in de essentieelste essenties van het leven, die gewoon met niets te vergelijken is.

Dromen brengen je (soms en in elk geval volkomen buiten je eigen controle, maar toch ook niet geheel buiten je eigen invloed, want als je je er niet voor open stelt, blijft de poort gesloten en blijven nachtmerries gewoon nare dromen) ultiem dicht bij jezelf en tegelijk bij het grote geheel. En dat noemen we dan een spirituele ervaring 

maandag 7 november 2016

Over prikkelgevoeligheid

Volgens gevoeligheidsdeskundige en schrijfster Elaine Aron hebben we allemaal een specifiek prikkelingsniveau* waarbij we optimaal functioneren. Ook hebben we allemaal een ondergrens en bovengrens voor het verwerken van prikkels, waar voorbij we of té verveeld raken of té sterk gestimuleerd. Die grenzen liggen bij elk individu anders, zowel qua hoogte als qua reikwijdte. Bij sommigen liggen de grenzen een eindje uit elkaar. Zij hebben een flinke marge waarbij ze prima kunnen opereren zonder te verveeld of over-gestimuleerd te raken. Bij anderen is die marge kleiner, of zelfs heel klein. Zij hebben sneller en ingrijpender last van een te veel én/óf te weinig aan stimuli.

In STIL van Susan Cain, over de kracht van introverse (wat iets heel anders is dan verlegenheid, maar meer gaat over het binnenstebuiten in plaats van buitenstebinnen, ofwel meer subjectief dan objectief beleven van de wereld en de noodzaak tot regelmatige afzondering om die subjectiviteit te kunnen verwerken, waarbij er overigens ook geen sprake is van niet sociaal zijn, aangezien de introverte mens meestal juist zeer emphatisch en betrokken is en een sterke voorkeur heeft voor kwalitatief één op één contact over persoonlijk wezenlijke onderwerpen boven oppervlakkige smalltalk in groepen), las ik over de orchideeëntheorie. Sommige mensen zijn als paardenbloemen. Hen kun je overal neerzetten, ze weten in alle omstandigheden tot bloei te komen. Anderen zijn als orchideeën. In slechte omstandigheden zullen ze snel verleppen, in goede omstandigheden zullen overvloedig bloeien. Susan Cain verwijst in haar boek regelmatig naar de eigenschap hooggevoeligheid en ziet duidelijke overeenkomsten tussen hooggevoeligheid en introverse als eigenschap, al zijn ze ook weer niet uitwisselbaar.|

Als bovenstaande duidingen van het menselijk functioneren waar zijn, moeten sommige mensen simpelweg beter voor zichzelf zorgen dan anderen, als het aankomt op het overleven van onze steeds prikkelrijkere maatschappij en het creëren van een levensstijl (lees: voldoende ruimte voor het verwerken van de dagelijkse indrukken en beperking van de blootstelling aan te veel of te intense prikkels, ofwel rust) die in de eerste plaats gezondheid en in de tweede plaats het optimaal functioneren ondersteunt.

Dan is het voor zowel de gevoeligere als de minder gevoelige typen mens belangrijk om 1. zich er bewust van te zijn hoe je zelf in elkaar steekt, zodat je verantwoordelijkheid kunt nemen voor je eigen zelfzorg en 2. zich ervan bewust te zijn dat de behoefte aan (zelf)zorg voor een ander (ook als deze gezond is) meer of minder noodzakelijk kan zijn, zodat je meer begrip op kunt brengen voor de keuzes van de ander.
We zijn allemaal anders. Dat verdient hoe dan ook respect, of we de ander nu begrijpen of niet. Maar besef van specifieke verschillen als deze, die vaak niet zo zichtbaar zijn en voor velen überhaupt nieuw, kan enorm helpen om begrip voor elkaar op te brengen.

Let wel, prikkelverwerkingscapaciteit gaat niet over minder leuk of prettig vinden, maar over neurologische en dus lichamelijke capaciteit of beperking om een bepaalde hoeveelheid en intensiteit aan prikkels/stimuli te kunnen werken (met lichamelijke consequenties bij overschrijding van die capaciteit). En over het van daaruit wel of niet kunnen functioneren onder bepaalde omstandigheden. Net als de rekbaarheid en belastbaarheid van een spier, zeg maar. (Je kunt hem trainen, maar niet iedereen kan de sterkste man van Nederland worden. En als je hem overbelast, beschadig je hem en kun je niets meer tillen.)

Waarbij een grotere gevoeligheid voor prikkels meestal samen gaat met een diepere en complexere verwerking van die prikkels, wat, mits de omstandigheden niet belemmeren, voorziet in een enorme creativiteit, complexe doorgrondende intelligentie, diepgang, innovativiteit, empathisch vermogen en intuïtieve wijsheid, naast de kracht die sensitiviteit, mits niet verhyperd door structurele en langdurige onderdrukking, op zichzelf al is.

***

* Prikkels, ofwel stimuli, ofwel indrukken, zijn alle informatie die we bewust en onbewust waarnemen met onze ogen, oren, neus, smaakpapillen, tast en 'zesde zintuig', of in onszelf voelen of denken. Van een oorverdovende straaljager tot een subtiel trillertje in iemands stem dat een emotie verraadt. Van reclameborden die we niet eens echt meer zien (maar onbewust toch waarnemen), tot de sfeer op kantoor. Van kou of warmte tot prikkeling van bepaalde kruiden in het eten op je darmen. Het zijn miljarden brokjes informatie die op een dag door onze zenuwen en filters verwerkt worden. Waarbij hoeveelheid en intensiteit niet de enige bepalende factoren zijn. Ook het type prikkel en de associaties die onze hersenen ermee maken vanuit opgeslagen herinneringen, zijn heel bepalend voor de impact van de prikkel en de weg die deze aflegt in het uiterst complexe doolhof van ons neurologische systeem.

woensdag 10 augustus 2016

Alomvattend zeswoordverhaal

Soms was
ze één
en al

Not a black sheep


Broeiseizoen

De hersenstormen gingen liggen
De tranendallen droogden op
Afgewaaide stukken ego werden geruimd
Een zonnig karaktertje brak door
Weer een herfst was doorleefd
Terwijl de angsthazen in winterslaap vielen
Vervolgde een flierefluitster haar levenslied

zondag 24 juli 2016

dinsdag 12 juli 2016

Intuitief tekenen

Steeds vaker en makkelijker geef ik me over aan intuïtief tekenen. Ik maak contact met mijn gevoel en mijn hand zet de lijnen vanzelf. Vooral in de eerste fase van een tekening stuurt mijn hoofd steeds minder in het telkens weer verrassende beeld dat ontstaat. De ene keer is dat volkomen abstract, maar best vaak nog zijn er herkenbare vormen in te ontdekken. Lijnvoering, kleurgebruik, tekenstijl en intensiteit zijn, door de overgave aan de energie van het moment, uiterst divers. Maar soms komen vormen, ook de abstracte, terug. Mijn persoonlijke symboliek vormt zich. Niet door haar te bedenken, of vanuit mijn wil. Het is alsof ze al ergens in de lucht hangt en zich beetje bij beetje aan me laat zien.

Uiteraard kan ik mijn hoofd niet helemaal uitschakelen en wil dat na verloop van tijd een vorm, die ergens op begint te lijken, graag 'afmaken' en technisch of esthetisch volmaken. Dat is prima, daar is mijn hoofd voor.

Hoofd en hart werken samen, precies zoals ik zo graag wilde. Juist doordat ik de overtuiging "dat naar de waarneming werken en mijn ideeën uitgebreid technisch uitwerken het 'enige echte' werk is" heb kunnen loslaten.

Van hieruit kan ik, daar waar mijn gezondheid het toelaat, mijn tekentechniek verder ontwikkelen en experimenteren met materialen. Want ik merk dat bijvoorbeeld de klassieke lessen aan de Stadsacademie veel positieve invloed hebben gehad op juist ook mijn intuïtieve tekenen. En is die ruimte er niet, dan is het intuïtief werken in mijn dummy een weinig belastende en zelfs helende vorm. Hoe dan ook kan ik op een bevredigende manier blijven tekenen. En dat is heel belangrijk voor me.



donderdag 30 juni 2016

Moeder en dochter

Niet te geloven dat ik dit niet eerder op het blog heb geplaatst. Eén van mijn tekeningen is door mijn moeder uitgevoerd in glasmozaiek. Prachtig mooi. Samen met mijn lief heb ik daar vervolgens een lamp achter geplaatst. Het is eigenlijk tuinverlichting, met sensor. Dus als wij door ons huis lopen, begint regelmatig ons 'alziend oog' te stralen.


donderdag 14 april 2016

Hersenspinsels: bepsiegelingen op de spyche van het project

Voor het derde jaar op een rij voert de energie van de lente mij naar Boom Nummer 2 van Project Hersenspinsels. Na opnieuw een winter van emotionele afstand, borrelt, met het ontvouwen van vers, sappig blad buiten, ook in mijn binnenste de inspiratie als volkomen natuurlijk weer op. Dat vind ik bijzonder. Want als je mij drie jaar geleden had verteld, dat ik over drie jaar nog steeds met dit project bezig zou zijn (en nog niet eens op een derde zou zijn) was ik, ongeduldig en resultaatgericht standje als ik was, er nooit aan begonnen. Inmiddels heb ik geleerd mijn inspiratie en het daaruit vloeiende proces met al haar onvoorspelbare grillen niet te veroordelen, maar te vertrouwen. Een vaardigheid die onontbeerlijk is om geduld en volharding op te kunnen brengen bij een creatief project als dit. Een vaardigheid die ik, net als geduld en volharding, niet dacht te kunnen leren. Maar het leerproces geschiedt, als het verlangen om te leren maar groot genoeg is. Wat moet groeien, zal groeien. En dat blijkt ook te gelden voor een aantal andere creatieve- en levenskunsten, waarvoor Project Hersenspinsels fungeert als één grote leertuin en spiegel.


Zo was die eerste lente, het was 2014, mijn diepe verlangen om mijn hoofd, hart en buik met elkaar te laten samenwerken. Na heel mijn jongvolwassen leven 'uit alleen een hoofd te hebben bestaan', was ik, na voor de zoveelste keer te zijn vastgelopen, jarenlang aan het graven geweest in de gevoelslagen daaronder, naar mijn sensitiviteit, mijn intuïtie, mijn passie. Ik begon een glimp op te vangen van de inspiratie, creativiteit en levensvreugde die zich daar allemaal bevonden en van wat ik ermee zou kunnen. Maar ik zat nog zo vast in de 'veilige' gewoonte van mijn rationele denken, dat mijn verstand al dat innerlijke weten steeds weer overschreeuwde. Balans vinden tussen die twee uitersten, dat wilde ik liever dan wat ook. En dus begon ik, gestuurd door de symboliek vanuit mijn onbewuste, met het spinnen van de draden die de kruin van de boom zouden gaan verbinden met de wortels. Ragfijne draden, kilometers lang. Hele donkere draden en hele lichte en vele tinten daar tussenin. Ik had al een boom gemaakt van dikke snoeren en er waren vele verleidelijke redenen om op dat pad verder te gaan en ook nog vele andere 'briljante' ideeën in mijn hoofd die schreeuwden om uitvoering. Maar iets zei me dat Boom Nummer 2 uit heel veel dunne draden moest worden opgebouwd, hoeveel werk dat ook zou zijn. Ik koos ervoor om die innerlijke, niet beargumenteerde weg te volgen. Daarmee zette ik een hele belangrijke stap in het verbinden van mijn hoofd met mijn hart en buik. En met elke centimeter dunne, breekbare draad die ik, trouw aan mezelf, spon, tegen alle steeds weer terugkerende mitsen en maren en onzekerheden en rationele twijfels in, werd die verbinding steeds een stukje sterker. Al had ik dat toen natuurlijk allemaal nog niet zo door.


De tweede lente had ik een heel andere uitdaging voor de boeg. Daar waar ik dat eerste voorjaar vele uren, relatief onbezorgd, in het zonnetje had zitten spinnen, moest ik nu de confrontatie aangaan met de onbekende duisternis van de schaduwzijde. Van Boom Nummer 2 en... van mezelf... Want ik kon wel mooi in theorie een boom met alle tinten van de regenboog aan het bouwen zijn. Maar om werkelijk te weten waar ik mee bezig was, moest ik toch echt ook mijn eigen vijftig tinten grijs ontdekken, ook de allerdonkerste. En laat dat nou precies datgene zijn, waar ik bij het ontspruiten van dat voorjaar mee worstelde.


donderdag 25 februari 2016

Levenskunst; en waarom Nederlanders klagen over het weer

Wat kan het leven licht en wat kan het donker zijn. 

Soms elkaar traag afwisselend, veel te traag naar onze zin. Soms razendsnel omslaand. En soms wonderlijk tegelijk. Leren de schoonheid van beide te zien en de onnoemelijke levenskracht van het geheel te kunnen ervaren, dat is voor mij een Levenskunst met een hoofdletter L. Daarin schuilt een enorm vermogen om te voelen dat je lééft. En dat is volgens mij wat ons allen drijft, nog meer dan het verlangen gelukkig te zijn.



Stel je maakt een wandeling. Het is een bewolkte, maar tot nog toe droge dag. Opeens breekt de zon door. Maar er nadert tegelijkertijd ook een grote donkere wolk. Vast die bui die voorspeld was. Wat doe je? Loop je direct door naar huis en baal je als je toch nog nat wordt?

Of sta je even stil, geniet met volle teugen van die tien kostbare minuten zon, lacht om de regen die toch wel valt, en geniet van de warme douche of trui erna?


dinsdag 12 januari 2016

Goudhaantjes in het Hondenbos

Vorige winter ontdekte ik goudhaantjes in de ene hectare bos die ons dorp rijk is. Deze kleinste vogeltjes van ons land, met hun geel-zwarte (kippetje) of oranje-zwarte (haantje) petje, zouden een verre nicht en neef van de kolibrie kunnen zijn, zoals ze al biddend in de lucht de insecten van takken en twijgjes afsnoepen. Broeden doen ze alleen op de zandgronden en een groot deel van het jaar zie je ze dus niet hier in de polder. Maar ook nu logeren ze alweer een paar maanden in mijn geliefde bos en ik heb al heel wat kwartiertjes van ze kunnen genieten. Schuw zijn ze helemaal niet, wat maakt dat we regelmatig opeens oog in oog staan. Maar ook als dat niet gebeurt, is het niet moeilijk om de meute te vinden, foeragerend tussen het bladerloze struikgewas. Hun zachte, hoge roep is onmiskenbaar. Zo heeft zo'n piepklein bos dus ook nog voordelen.

Al een hele tijd wilde ik de koddige beestjes eens tekenen. Maar ik had te veel last van mijn hoofd om die concentratie zonder schade op te brengen. En dus moest ik geduld hebben. Maar vorige week kon ik me dan eindelijk een paar uurtjes 'studeren' permitteren. Gebruik makend van zelf geschoten foto's, uiteraard. Wat word ik daar blij van!