woensdag 8 oktober 2014

God is een lieveheersbeestje en Vrouwtje Theelepel woont in mijn buik


Wat is het geheim van een gelukkig leven? De beroemde schrijver Paulo Coelho symboliseert dit in zijn boek ‘De Alchemist’ als een wandeling door een prachtig kasteel, terwijl je in je hand een theelepel houdt met daarop kostbare honing. Ga je tijdens je wandeling volledig op in alle pracht en praal die het leven biedt, dan verlies je onvermijdelijk de essentie uit het oog. Focus je te veel op je theelepel, dan vergeet je te genieten van al wat het leven te bieden heeft.

Het kasteel is de wereld om je heen en die theelepel is wat sommige mensen je ziel noemen, of je intuïtie, of je hart. Anderen noemen het je hogere zelf, je kompas, je kern, of je innerlijk kind. Ik noem het in navolging van de wijze schrijver maar Vrouwtje Theelepel. Ik was vroeger al gek op haar. En het klinkt zo lekker aards. Desondanks is Vrouwtje Theelepel mijn allerheiligste. Zij is de bron van mijn vermogen om lief te hebben, schoonheid te ervaren, gelukkig te zijn. Ze is gevoelig en kwetsbaar, heeft veel zorg en aandacht nodig, maar schenkt me mijn creativiteit en wijsheid en is onnoemelijk sterk. Vrouwtje Theelepel weet de weg, als alle logica en gezond verstand er niets meer van begrijpen. En ook als mijn verstand het beter denkt te weten.

Mijn relatie met Vrouwtje Theelepel bestaat pas een paar jaar. Daarvoor lag ze vast al wel ergens in een la, maar onder een laag stof zo dik, dat ze net zo goed dood en begraven had kunnen zijn. Maar iets heeft besloten dat ik door het stof moest, op mijn blote knieën, mijn ogen brandend en tranend, zoekend naar deze stille onbekende. Om na vele omzwervingen door de grijze massa vol spiegelende messen en vorken dan eindelijk Vrouwtje Theelepel te vinden. Er had me niets beters kunnen overkomen.

Mooi, denk je dan, ik heb mijn theelepel gevonden. Ik ben er bijna aan onderdoor gegaan, maar voortaan zit mijn leven gebakken. Niet dus. 


Dan begint het pas. Want hoe lief Vrouwtje Theelepel ook is en al kun je uren met haar kletsen, je wilt ook leven. En dus moet je het leven leren leven zoals de schrijver beschreef: genieten van de pracht en praal, zonder de honing van Vrouwtje Theelepel te morsen. Wat zoiets is als opnieuw leren lopen. Eerst moet je überhaupt ontdekken waar de voorraadpot met honing staat. Een plek die niet makkelijk te bereiken is en waar je desondanks nog vele malen zult moeten terugkeren, omdat je wéér alle honing verloren bent. Een goedje waarvan je bovendien in eerste instantie niet eens snapt waarom het zo kostbaar is.

Ik moet zeggen dat ik na jaren van oefenen het geheim van deze levenskunst nog steeds niet heb doorgrond. Hoe hard ik ook geprobeerd, gevloekt en gejankt heb. Wat het er niet makkelijker op maakt, is dat je Vrouwtje Theelepel natuurlijk niet echt kunt zien en haar ook niet gewoon kunt horen. De communicatie met haar verloopt via je gevoel, diep in je lichaam. En aangezien dat verbindingsdraadje zich in de eerste dertig jaar van mijn leven niet heeft kunnen ontwikkelen, is het heel dun. Ik raak het contact met haar gemakkelijk kwijt, als ik weer eens te lang afgeleid ben door alles wat ik wil doen en ervaren in het leven. Dat is het moment waarop je gemakkelijk de honing op je theelepel verliest en, in mijn geval, uitgeput raakt en tegen het depressieve aan. Dan zwijgt Vrouwtje Theelepel in alle staten, want zonder honing raakt ook deze dame met haar overvloedige rondingen volledig ingeteerd. En dan voel ik me zo oneindig eenzaam.

Waarna je weer opkrabbelt, de weg naar de honingpot opnieuw vindt en weer een poging waagt. En opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Voor eeuwig en eindeloos, zo lijkt het, zonder te ontdekken hoe je dan wel in balans moet blijven.

Tot ik hulp kreeg uit onverwachte hoek. Tijdens mijn dagelijkse wandeling kwam er een lieveheersbeestje op mijn arm zitten. Normaal gesproken zou ik zo’n diertje voorzichtig op een blaadje zetten. Maar nu besloot ik om het op mijn arm te laten, als het daar zo nodig wilde zitten. Al wandelend bekeek ik het beestje aandachtig, terwijl het zo rond mijn pols scharrelde. Vriendelijke koppies hebben ze en schattige wriemelpootjes die kriebelen op je huid. Toen ik genoeg gezien had liet ik mijn arm langzaam zakken en zo wandelde ik voort, me voortdurend bewust van mijn gestippelde passagier.  De arm hield ik ietwat stijf, bang dat door het gebruikelijke gezwaai het kleine wezentje eraf zou vallen. Ondertussen keek ik om me heen, genoot van de zon, de reigers langs de sloot, de vlinders en libellen, zonder mijn kleine reisgenoot uit het oog, of liever gezegd, uit het gevoel te verliezen. Steeds als ik even afgeleid was door iets wat mijn aandacht trok, keerde mijn aandacht daarna weer terug bij het lieveheersbeestje. Even checken of het er nog zat. En opeens besefte ik: dit is het! Dit is het geheim van de wijze schrijver. Dit is hoe je door een kasteel wandelt met een theelepel honing in je hand die je niet mag verliezen. En dit is hoe je leeft in verbinding met Vrouwtje Theelepel. De voortdurende afwisseling tussen afstemmen op de buitenwereld en afstammen op je binnenwereld. Kijken en horen en ruiken en ondertussen het gevoel niet verliezen. Zo simpel is het. Hoe kon ik dat eerder niet begrepen hebben?

Zo wandelde ik voort. Mijn aandacht steeds wisselend tussen de schoonheid om me heen, het lieveheersbeestje op mijn arm en mijn innerlijke theelepel. Mijn arm kon ik langzaamaan wat ontspannen, vertrouwende op de stevige grip van het kevertje. Tegelijk was ik me diep bewust van de kwetsbaarheid van het diertje. Geen onverhoedse bewegingen maken was belangrijk. Ik bedacht me hoe moe ik thuis zou komen, als ik de hele weg zo bewust mijn aandacht verdeelde. Maar waarschijnlijk zou dat wennen. Het bewuste sturen zou een gewoonte worden en steeds meer vanzelf gaan, steeds minder energie kosten. Ik voelde een diepe blijdschap. Eindelijk was ik weer een stap dichter bij mijn grote verlangen: mezelf zijn in de grote boze buitenwereld. Ik genoot van dit moment van inzicht. Even leek alles één en precies zoals het zijn moest. Ik voelde me diep verbonden met het hele universum. Als er dan toch een God bestond, dan was het vast en zeker een lieveheersbeestje. In elk geval op dat moment. En ik zag een verhaal opdoemen, een prachtig verhaal. Eindelijk had ik weer eens goddelijke inspiratie. Direct rook mijn ego het succes en ging samen met mijn hoofd fanatiek aan de slag met in gedachte vast schrijven. Vrouwtje Theelepel was alweer vergeten.

Om rustig na te kunnen denken over mijn verhaal, ging ik op een bruggetje over een sloot zitten. Het lieveheersbeestje kriebelde nogal en dus schoof ik het voorzichtig iets op. Daar bleek het diertje zich door levensgrote donsharen te moeten worstelen. Terwijl mijn aandacht alweer naar mijn verhaal ging, viel het plotseling van mijn arm, rolde over de rand van de brug en verdween in de diepte. Ik besefte acuut wat er was gebeurd en speurde tussen het kroos of ik het diertje zag drijven. Hoe kon ik dit hebben laten gebeuren? Terwijl het diertje me zo’n prachtig, levensreddend inzicht had bezorgd? Ik zou desnoods in het water springen om het eruit te halen, maar ik zag niets wat leek op een oranje schildje. Misschien had het in de val zijn vleugeltjes uitgeslagen en was weggevlogen. Dat hoopte ik dan maar. Het diertje had zichzelf ongetwijfeld kunnen redden. Maar de magie was verbroken. God had left the building, op verzoek van Vrouwtje Theelepel.

Of misschien zat Gods taak er gewoon op, bedacht ik. En was het nu aan mij. Ik wist nu hoe het moest. Verder was het een kwestie van oefenen, oefenen en nog eens oefenen. In alles wat ik deed, proberen steeds mijn aandacht weer af te stemmen op Vrouwtje Theelepel. Dat is wat me te doen stond. Misschien had God me gewoon nog even willen laten schrikken, om te laten weten dat ik er nog niet was. Ik kon dat verhaal wel gaan schrijven, maar dat was natuurlijk niet waar het in de eerste plaats om ging. Ook al probeerde mijn ego zich deze ervaring toe te eigenen, met alle opwinding van dien, waardoor ik Vrouwtje Theelepel weer vergat. Natuurlijk, ik moest het verhaal zeker opschrijven. Dat wilde Vrouwtje Theelepel ook, sterker nog, alleen met haar hulp kon ik dat. Maar rustig aan. Blijven voelen. Niet te ver opgaan in de pracht en praal.

Terwijl ik daar zo zat kwam er een moedereend aan zwemmen met twee al wat grotere jongen. Ze wilde duidelijk onder de brug door, maar durfde niet vanwege mijn bungelende benen. Ik schoof een eindje terug de bug op en bleef kijken of ze door zou zwemmen. Dat deed ze niet. Ik besloot haar dan maar te negeren en verplaatste mijn aandacht naar Vrouwtje Theelepel, mijn blik starend in de verte. Mevrouw eend zwom door. Nog een levensles van moeder natuur: als ik me meer op mijn gevoel richt en in goed contact sta met Vrouwtje Theelepel, ben ik beter benaderbaar voor anderen. Grappig, deze levensles werd me op vergelijkbare wijze gepresenteerd als het lieveheersbeestje en toch voelde deze inspiratie totaal niet  goddelijk. 

Ik moest maar eens op huis aan. Nog even hief ik mijn gezicht naar de zon en genoot met gesloten ogen nog even van alles wat zich de afgelopen drie kwartier had afgespeeld, in blije verbinding met Vrouwtje Theelepel. Een windvlaag stak plotseling op en streelde langs mijn haar. Ik glimlachte. God gaf me een aai over mijn bol.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen