zondag 21 maart 2021

My first... watercolour drawing

Mijn broertjes kat vindt al dat thuiswerken helemaal fantastisch. Ikzelf vind aquarelverf (oftewel waterverf, gewoon in zo'n doosje met droge napjes, net als vroegah, maar dan wel iets beter gepigmenteerd) dan weer helemaal fantastisch. Zo ontdek ik zomaar op een zondagmiddag. 


dinsdag 30 juni 2020

Kopen, kopen, kopen: wol en... wespen (en een klein reisje naar de maan)

De afgelopen maanden heb ik zeer consequent aan Project Hersenspinsels gewerkt. De voor(d)raad vliegt er doorheen. Omdat ik geen energie heb om weer overal en nergens schapenvachten te gaan bekijken, heb ik de Wolplantage benaderd met de vraag of zij de tinten die ik nodig heb, op voorraad hebben. Ook zij verzamelen hun vachten bij kleinschalige schapenhouders. Vandaag is mijn stalenkaart op de post gegaan ter indicatie. Ik ben benieuwd!

Ondertussen is het project de afgelopen twee weken maar weer eens in anti-motten-quarantaine gegaan. Ik span dan een plastic bouwzeil om het werk heen en hang in die afgesloten ruimte gif casettes. Ik ben eigenlijk fel tegen het gebruik hiervan, maar voor dit project zit er niets anders op. Het is te groot en kwetsbaar om te kunnen bevriezen of wassen. En er zit zóveel werk in en heeft zo'n waarde voor me, dat ik me bij uitzondering het gif permitteer. Wellicht was dit echter de laatste keer, want vorige week zag ik een andere oplossing: sluipwespen. Die minuscule beestjes schijnen feilloos de motteneitjes op te sporen, en leggen er dan hun eigen eitjes in. Einde motjes, zonder aantasting van het materiaal, of het milieu. Dus ook hier: ik ben benieuwd!

Naast al deze praktische activiteit, heb ik toch ook weer een mooi symbolisch inzicht opgedaan. Hoe meer je namelijk richting de uitersten van licht en donker gaat, hoe minder verschil er zichtbaar wordt in de warmte van de kleur. En in het uiterste "wit" en "zwart" (tussen aanhalingstekens, want echt zwart en wit is er niet in natuurtinten, natuurlijk), is het onderscheid tussen roder of grijzer helemaal weg. Terwijl in de middelste tinten het verschil tussen de warme en koele tonen veel helderder is, en daar het helderste "rood" te vinden is.

N.B. Dan heb ik het dus over het natuurlijke kleurspectrum der schapenvachten, niet over de kleurenleer van Itten, hoewel ik wel door de bril van dat systeem kijk, met zijn onderscheid tussen licht en donker, warm en koel, helder en grauw)

Zo zie je dus hoe, daar waar we vaak denken dat het allemaal vooral te beleven is in de extremen, ver van het saaie gemiddelde, er ook in dat midden juist weer andere prikkels te ervaren zijn. Het is maar net voor welke dimensie je je ogen opent. Lang leve de kleurenleer! Kunst leren kijken (en maken natuurlijk) is wat dat betreft een enorm waardevolle vaardigheid. Net zoals een bioloog hele werelden (met daarin de spannendste soap's) aanschouwt in wat voor een ander mos, en niet meer dan dat, is. Hoe meer je ergens in verdiept, hoe meer er zich een nieuw universum voor je opent, dat ook je kijk op alle andere zaken verrijkt.

Zo kan leven op de vierkante milimeter boeiend en spannend zijn als een reis naar de maan.


dinsdag 7 april 2020

Vandaag is rood... onthaasting

Vorig jaar (herstel, twee jaar geleden alweer) werd bij Project Hersenspinsels duidelijk dat ik in de warme nuances een tekort aan draad zou gaan krijgen. Ik moest dus terug aan het spinnenwiel. Dat had ik niet verwacht, na al die kilometers draad die ik geproduceerd heb in 2014. Of ik de juiste vacht nog zou kunnen vinden? Vooral van de middelste (en dus helderste rode) tonen uit het warmere kleurspectrum der schapenvachten, zou ik flink meer materiaal nodig hebben. Wol die lastig te vinden is.

Ik benaderde enkele schapenhouders, maar zij konden me niet verder helpen. Ook bij levenaciers van machinale viltwol vond ik niet wat ik nodig had (ik gebruik sowieso liever lokale, ruwe wol). Ik toog naar Tineke van Vilt en Vezels, die driftig voor me aan het zoeken sloeg in haar voorraad. Maar de juiste kleuren zaten er niet bij. Alles was nog te grijs, vergeleken bij de wol van Coburger Fuchs, Solognote, Karakul en een voskleurige Ouessant, die ik eerder had gebruikt. Tot zij op de valreep een ingeving kreeg en achter uit een kast een trommel haalde met nog enkele grammetjes prachtige voskleurige wol, van vermoedelijk ook Coburger Fuchs en Karakul. Yes! Zeker niet de gemakkelijkste om te spinnen, wat ik bovendien al weer een jaar of twee niet gedaan had. Maar na een verrassend korte fase van gepruts verschenen de eerste strengen dunne draad alweer op de spoel. Lekker om te doen weer!

Wat eerst voelde als 'shit, vertraging', werd nu 'natuurlijk', met een gevoel van onvoorwaardelijke toewijding. Ik leer steeds meer mijn efficiente A naar B denken, willen en moeten, los te laten en de natuurlijke loop, ritme en tempo van de processen te laten zijn.

Daarna volgde een pauze van ruim een jaar, waarin Project Hersenspinsels en ik elkaar even weinig te vertellen hadden (al was de liefde er niet minder om) en ik in heel andere materialen werkte. En ook dat was goed, in alle vertrouwen. Onlangs heb ik de draad weer opgepakt. Nieuw materiaal spinnen en verse twijgen rijgen van de bestaande voor(d)raad, wisselen elkaar af.

Het ziet ernaar uit dat ik het ook met deze wol niet ga redden. Maar het is nu scheerseizoen. En ach, of het project nou acht, negen of tien jaar duurt, in plaats van de verwachte één ("een héél jaar?!"), dat maakt (bijna) helemaal niet meer uit.


zondag 6 oktober 2019

Het ijsvogeltje

Als ik in de problemen kom, kun je er donder op zeggen dat er acceleratie in het spel was. Versnelling, van mijn denken vooral, maar ook van mijn doen, bewegen, ademen. Gisteren, tijdens het wandelen, vertraagde ik dus weer eens bewust mijn pas. En mezelf. Acuut zag ik de hemelblauwe flits van een ijsvogeltje over de sloot naderen, de hoek omvliegen en in de verte verdwijnen. (Of was het Superman?) Wie het ook was, het vertelde me: trager is goed. Vergenoeglijk wandelde ik nog trager voort, met deze speciale (misschien wel van Superman in hoogst eigen persoon afkomstige) boodschap in mijn kielzog. Tot ik me snuivend, en versnellend, bedacht: "tsss, moet je horen wie het zegt!!!" Om daarna maar weer nederig terug te keren tot het tempo van mijn menselijkheid. Ik ben nu eenmaal geen Superman. En zeker geen ijsvogeltje.

zaterdag 10 augustus 2019

Bladwantswand tussen de bladeren

Twee jaar geleden kregen we het in ons bol om een muur te metselen onderaan het taludje in onze voortuin aan de dijk, om de ruimte erachter op te vullen met aarde en zo een border op hoogte te creëren. Het moest zo'n gezellig scheef, oud Frans muurtje worden.

Speurend naar gebruikte stenen op Marktplaats, stuitte ik op een partij heel oude, dikke kloostermoppen. Die mochten nota bene gratis worden opgehaald. Dat was niet tegen doveman's oren gezegd. Wij naar Utrecht. Met de kruiwagen vele malen op en neer door het hippe herenhuis van de 'verkoper' . En tweemaal met een misschien toch net iets te zwaar geladen auto terug de polder in.

Onze zomervakantie bestond dat jaar, naast lunchen in het zonnetje, uit metselen. Lekker speels, lekker scheef. Gewoon een beetje aanklooien eigenlijk. Wel hadden we vooraf een heel stevige constructie gemetseld van stenen bielzen die we uit de afvalcontainer van de lokale tegelhandel hadden 'gered'. De kans zou anders groot zijn dat, bij de eerst volgende voorbij denderende vrachtwagen, ons muurtje geheel en al naar voren zou kieperen, met enkele aanhangwagens grond in zijn kielzog. Ja, degelijkheid en creatief avontuur waren goed met elkaar in balans in dit project. Wat een plezier hadden we ermee. Het was een top vakantie in eigen tuin.

In de muur moest ook een nisje met een zitje komen. En in dat nisje, zo bedacht ik later, moest een mozaïek komen. De inspiratie stroomde verder en een telefoonfoto van een heel mooi, klein groen bladwantsje, werd een schets, een tekening met toevoeging van eigen ontwerpdetails, een opgeschaalde tekening, een carbonkopie op watervast stucboard en het mozaïeken kon, na een bezoek aan de snoepwinkel in Rotterdam, Mozaiekhuis In Vuur en Vlam, beginnen.

Gezien mijn grote lichamelijke beperking van de voorgaande jaren (even voor de volledigheid: het metselen was voor mij maar een uurtje per dag en ook niet elke dag. En de tweede rit naar Utrecht deed mijn lief alleen, omdat ik voor een paar dagen uitgeschakeld was na de eerste), kon ik het heerlijk priegelige mozaïeken met glas niet lang achter elkaar. En op vele dagen gewoon helemaal niet. En dus kostte het me, met veel geduld (dat kun je dus echt leren, hé) en volharding, bijna twee jaar om het te voltooien. Overigens gingen er op het laatst ook weken, zelfs maanden voorbij, waarin ik aan het kauwen was op de vorm en kleur van het laatste onderdeel: de vleugels. Steeds weer schetsjes makend en proefjes leggend (dít moet het worden, nee toch niet). Ik ben blij dat ik met voltooien heb gewacht tot het ontwerp voor mijn gevoel echt klopte.

En dan voegen! Wat een avontuur is dat. De keuze voor de voegkleur was nog niet gemakkelijk. Met het professionele advies van Monica van In Vuur en Vlam, heb ik een goede keuze kunnen maken. Een heel donkere grijs, die de kleuren goed laat uitkomen. Het voegen blijkt een heerlijk werkje. Maar spannend! Het werk ondergaat een complete metamorfose door toevoeging van al die zwarte lijnen. Hoe zou dat uitpakken? Geweldig, zo bleek. Wat ben ik blij met het eindresultaat!

Na precies twee jaar konden we nu het mozaïek, nadat ik het uitgezaagd had met een steenfiguurzaag (ik krijg zulke leuke cadeautjes van mijn lief) tegen de met cement gestucte wand van het nisje lijmen. En daaromheen een laatste stuclaag van cement aanbrengen, zodat het glasmozaïek helemaal in de muur zit, alsof het in het cement gedrukt is. Et voila! Dit is 'm dan. Mijn bladwants. Helemaal op z'n plekkie in de wand, tussen de bladeren.

Er wacht nu nog één klusje. Namelijk het metselen van het zitje, uit stenen van de oude kasteelmuur in mijn geboortedorp, die mijn vader daar hondsbrutaal en met veel liefde voor me gejat heeft.