maandag 13 maart 2023

Ode aan intens mens zijn

Deze ode was een inzending voor een win-actie. Waarbij mijn woordspelerij mezelf bijna buiten zinnen oversteeg. En dus verdient het zeker weten een plek in dit persoonlijke creatief archief. De gedichten zijn oud, de rest nieuw.

ODE AAN INTENS MENS ZIJN

Hoi Lotte,
Het mocht langer toch? :D (op plezierjachtig eigen risico) (en tegelijk een beetje hersenoveractiviteitreizend ((want voor jou -rovend)) tussen zelfingenomenheidonisme en gene) (maar, nu geen zelf-sarcastratie a.u.b., dus zelfredzaamheidsvest aan, en plons)
Want, ‘intens mens zijn’ moet wel in minstens twee van de vele comple/imentaire toestanden bedicht worden. (Intensiteit en dicht-heid zijn ook nog eens synoniemen.) Met in het eerste eigen gedicht mijn eigen antwoorden na vijftien jaar groei toegevoegd, op de verwarde vragen van toen. Hoewel op rijm, gaat, nu de hogedruk wat van de ketel is, het poëtische er wel een beetje vanaf. Vragen zijn, met weemoed (en door al de moedige weeën waarmee ze ter wereld kwamen), zoveel lyrischer dan antwoorden. Maar wat een voedingsbodem zijn ook relatieve(rende en toch nog wel te vaak hollende) rust en steeds standvastiger eigen wijsheid voor allerlei productiviteit en nieuwe quests (mijn beeldende creativiteit is één grote ode aan intens mens zijn, realiseer ik me, wat momenteel een fijne nieuwe context is, bij het gloren van een nieuwe ((intermens!)) groeistuip).
Ik wil je bundel, als fan, dan ook heel graag voor mezelf. Om gretig te slurpen en bevoeldzaam te kauwen sowieso. Om van te leren en in te zwelgen. En als identiteitsymbolisch (soms zelfs een vlaagje idolisch) relikwie binnen oogbereik, oftewel boekbeeld van (h)erkenning. Ik draal al een paar dagen over de aanschaf, dus het toeval is al synchronisch leuk. En… laat ik nou 16 maart ook nog jarig zijn… (sorry hoor ;) )
Tunc nunc, ad punctum…


ODE 1
Gesloten (Open) met mijn ogen dicht
Het grote (N)Iets in het vizier
Komt de (een flinter) waarheid aan het licht
En in woorden (, lijnen, vormen, kleuren) op papier
Maar hebben zinnen uit het niets
wel waarde mettertijd? (Ooo expressie, ontdekkingsavontuur en schoonheid!)
Schuilt niet (ook) in het waarneembaar iets
de (een) ware (waarachtige) werkelijkheid?
Vanwaar komt telkens toch die zin
in dromen onder te duiken? (de Roep van weer een laag uit mijn meerlagige, ontwikkelpotentiele, individuerende Ziel die wil ontluiken)
En eenmaal afgedaald daarin, snel (steeds kalmer) naar het oppervlak te kruipen? (iets met wortels en de productie van ‘verscheidenheid in eenheid’ verbeeldende mozaiek-struiken)
Het zijn twee (vele) werelden waarin ik leef (en zoveel bronlagen waaruit ik creatiespiralen beleef)
(wat mijn concept-minnende brein graag poneert als) een parallel bestaan
van denken en voelen (en nog ’t één en ‘t ander) aan weerszijden (maar steeds soepeler verbonden) van de schreef
waarin waar- en werkelijkheid niet (steeds vaker heel rijk) samen gaan
ODE 2
Keihard zingen in de regen
Wijdarms dansen door het bos
Weg die gêne. Wie houdt haar tegen?
Ze gooit al haar remmen los
Niks bh. Gewoon een jurkje
Wind die zacht streelt langs haar huid
Zo lichtvoetig als een elfje
Levenslust die woest ontspruit
Ze laat een bij haar wang begroeten
Knielt teder bij een zwaan die blaast
Loopt heel de weg op blote voeten
Lacht luidkeels in een storm die raast
Met op haar neus een gele vlinder
En als rechterhand een kraai
Voelt ze de aarde tot ze zindert
En geeft bomen soms een aai
Noem haar gek, kinds of naïef
Het maakt haar stiekem best veel uit
Maar ze heeft het Leven intens lief
Spelend op haar flierefluit

Geen opmerkingen:

Een reactie posten