IK HEB 'M IK HEB 'M IK HEB 'M IK HEB 'M IK HEB 'M IK HEB 'M IK HEB 'M!!!
Hoe blij kan een mens worden van foto's? Heel blij! De uiterst schuwe en onbenaderbare, maar zo ongelofelijk prachtige purperreiger, waarvan ik echt een beetje fan ben, wilde ik al een tijdje dolgraag fotograferen. Afgelopen zondag zijn we speciaal naar Ameide gereden, waar de op een na grootste kolonie purperreigers van Nederland broedt. Maar anders dan overvliegend zag ik ze niet. Op de terugweg, urenlang de polder doorkruisend, kwamen we er een stuk of wat tegen langs de kant van de weg. Keer op keer ging de auto in de achteruit, keerden we om ('ah nog ééntje?'), of probeerde ik het lopend. Maar de vogel was steeds gevlogen voor ik maar scherp kon stellen.
Maar vandaag was het geluk geheel en al aan mijn zijde. Nog geen drie meter van me vandaan vloog een reiger de lucht in. Hij was niet grijs, maar bruin met een warme paarse gloed. Een purperreiger! Shit! Waarom had ik die niet gezien! Zo'n kans zou ik nooit meer krijgen. Maar al snel ging mijn frustratie over in een opperste staat van paraatheid, want het dier kwam aan de andere kant van de sloot direct weer neer. Camera! Nu! Schieten! Nee, eerst aanzetten! Sukkel! Ja, nu! Klik, klik, klik, klik, klik, klik, klik. Het was nu of nooit. Hij zou elk moment weer wegvliegen.
Niet dus. Meneer keek eens mijn kant op, keek eens om zich heen en bleef staan waar hij stond. Krap tien meter bij me vandaan! Ik wist niet hoe ik het had. Ik kon zelfs nog wat stapjes in zijn richting zetten en gaan zitten om op ooghoogte te komen. Vervolgens heb ik ruim een half uur daar gezeten, terwijl het dier uitgebreid zijn verenkleed begon te poetsen. Er kwamen wandelaars met honden voorbij, fietsers en brommers, maar het deerde hem niets. Ik ben nog wat dichterbij gekropen en bij elke behoedzame verplaatsing keek hij wel even op, maar ging vervolgens rustig door met waar hij mee bezig was. En ik kon alles vastleggen. Wat een belevenis!
Op een gegeven moment kreeg ik zelfs hoop dat hij ook nog een visje zou gaan vangen. En ook die wens werd vervuld. Alleen was het geen visje, maar een joekel van een vis. Geweldig om hem die te zien verorberen. Zie:
Slik, weg! Daarna nam het gevederde heerschap een slokje water, wandelde een eindje, snabbelde onderwijl nog even een kikkertje uit het gras en vloog uiteindelijk maar weer eens naar waar hij vandaan gekomen was. Mij totaal verblufd achterlatend. Wat een kans, wat een dier!




























